"40 jaar ervaring bij overheid, bedrijfsleven en universiteit. Die wil ik overbrengen op nieuwe generaties. En daarbij zo nu dan lekker polemiseren met de stadskabouters."

Grondbeleid - een onderhoudsbeurt volstaat

Essaybundel van de Raad voor de financiële verhoudingen, Oktober 2017

"40 jaar ervaring bij overheid, bedrijfsleven en universiteit. Die wil ik overbrengen op nieuwe generaties. En daarbij zo nu dan lekker polemiseren met de stadskabouters."

"40 jaar ervaring bij overheid, bedrijfsleven en universiteit. Die wil ik overbrengen op nieuwe generaties. En daarbij zo nu dan lekker polemiseren met de stadskabouters."

Bezuinigingen op kunst: geen reden voor huilie huilie

31 oktober 2010

De bezuinigingen op de kustsubsidies roept fel debat op. De econoom Pim van Klink legt in de Volkskrant van 29 oktober 2010 uit waarom die bezuinigingen helemaal geen ramp zijn. Sinds 1980 zijn de subsidies voor podiumkust met 100 % toegenomen terwijl het bezoek aan de voorstellingen met maar 38% toenam. Een bezoeker beltaalt nog maar 20 % van het entreekaartje zelf. Kunstenaars beoordelen zichzelf, via de Raad voor Cultuur en talrijke  toekenningcommissies. Zo krijg je kunstkunst waar alleen nog een kleine elite belangstelling voor heeft.

In het buitenland betaalt men doorgaans aanzienlijk meer voor een kaartje. Bezuinigingen in Groot Brittannië en Vlaanderen hebben niet tot kaalslag geleid, maar juist tot een opleving van nieuwe artistieke initiatieven. Tot zover een paar conclusies van Klink. De  inhoudelijke verdediging van de kunstsector komt zwak over. De strekking is steeds ’’kunst is een vorm van beschaving’’ en ‘’het zout in de pap van de maatschappij’’. Onbewezen stellingen die alleen diezelfde elite en hun entourage aanspreken. De wethouders van de grote steden gooiden het in een wanhoopsoffensief over de boeg van de economische spin-off van het uitgaansleven: horeca en taxiritjes. Zwak.

Ik vind het prima, die bezuinigingen; er had nog wel een schepje bovenop gekund. Eindelijk staat de gesubsidieerde elitekunst grondig ter discussie. Ik heb de afgelopen dertig jaar ervaren dat het starten van een kritisch gesprek over kunstsubsidies slechts leidt tot de kwalificatie: kunstbarbaar. Er is dus kennelijk een PVV voor nodig om hier een normaal gesprek over te kunnen voeren.

Kunstsubsidies worden tegenwoordig vaak neergezet als linkse hobby. Maar ook rechts heeft rare subsidiehobby’s. Ik noem als voorbeeld: de kandidatuur voor de Olympische Spelen van 2028. Voor deze bij voorbaat kansloze actie gaat dit kabinet tientallen miljoenen euro s verbranden.

En die subsidies voor het betaald voetbal dan? Terechte opmerking. De meeste gemeenteraden redden regelmatig voor de laatste keer hun locale noodlijdende club. Om het jaar daarna opnieuw de club van het faillissement te redden, voor allerlaatste keer. Tot het jaar daarna de club voor het aller-allerlaatste keer ‘’gered’’ wordt, met nieuwe ‘’afspraken’’. Elke keer voelen de gemeenteraadsleden de adem van stevige, getatoeëerde jongelui in hun nek. Reken maar dat dit niet zonder effect blijft. Daarnaast valt de planologische lenigheid op die gemeentebesturen aan de dag leggen als het om de bouw van nieuwe voetbalstadions gaat. Ze staan op de gekste plekken, compleet met kantoor- en winkelfuncties die daar tot dan toe beslist niet mochten.

Dus aan de andere kant van het maatschappelijke spectrum zijn de voetbalsubsidies net zo uit de hand gelopen als die voor de kunst. En ook op ander vlak hebben subsidies perverse werking: in het wonen en in duurzaamheid, om maar eens twee domeinen te noemen.

Maar ik wil tot slot nu even terug naar die kunstsubsidies. Een land als Oostenrijk getroost zich forse inspanningen voor de muzikale vorming van de schooljeugd. Dat blijft niet zonder gevolg. De amateurkunst staat op hoog niveau; bijna iedereen speelt wel een instrument. Is dat niet de juiste richting? Meer pret voor de mensen zelf en goedkoper voor de belastingbetaler.